Categoriearchief: Persoonlijke ontwikkeling

Welke relatie is er tussen je brein en teamrollen?

Leestijd: 2 minuten

Bij het samenstellen van een team wordt rekening gehouden met wat iemand kan. Op die manier wordt gezorgd dat alle benodigde competenties in een team aanwezig zijn. Toch loopt een dergelijke ‘dreamteam’ soms vast. Een oorzaak is dat er onvoldoende rekening is gehouden met de mix van persoonlijkheden:

“Johan wil graag snel resultaat boeken en irriteert zich aan Lisa die maar vragen blijft stellen over de aanpak.”

Meredith R. Belbin kwam in de jaren negentig tot de conclusie dat in een groep ‘bepaalde personen bepaalde rollen op zich namen, en dat het patroon waarin de rollen verdeeld waren een cruciale invloed had op de resultaten’. (zie het boek: ‘teamrollen op het werk’). Er is echter ook een link tussen deze rollen en je brein als je het werk van Meredith Belbin combineerd met het werk van twee andere onderzoekers.

Hard gecodeerd in je brein?

gezichten blogJohn Gottman heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar relaties tussen echtparen. In zijn boek ‘the relationship cure’ noemt hij het onderzoek aan van Jaak Panksepp, een neurowetenschapper. Deze heeft aangetoond dat er in je hersenen bepaalde circuits aanwezig zijn die je emoties, gedrag en fysieke reacties bepalen in een gegeven context. Gottman noemt deze ‘emotionele commando systemen’. Deze maken fysiek onderdeel uit van ons zenuwstelsel en helpen om bepaalde behoeften te bevredigen via gedrag en emotie. Je kunt ze zien als de rails waarlangs je emoties rijden. In het echt zijn het hersencircuits die elektrochemische signalen van het brein coördineren.

Verschillende teamrollen, verschillende behoeften

Tot nu toe zijn er zeven emotionele commano centra onderscheiden: de gezagsvoerder, de onderzoeker, de levensgenieter, de energieregulator, de joker, de bewaker en de nestbouwer. Even terug naar het voorbeeld van Johan en Lisa. Lisa heeft kenmerken van de bewaker. De bewaker wordt vooral gedreven door angst en vertoont gedrag gericht op de achterliggende behoefte van veiligheid. Johan heeft de kenmerken van de gezagsvoerder. Hij brengt zijn voorstellen met kracht, omdat hij graag in control wil zijn.

Heb ik maar 1 teamrol?

De mate waarin emotionele commando systemen actief zijn, verschilt per persoon. Ook kan het brein verschillende tegelijkertijd activeren. Verder is de situatie van invloed: Kom je in een situatie van overleven terecht dan is de kans groot dat ‘de bewaker’ wordt geactiveerd. In hoeverre je welke systemen hebt, wordt door verschillende factoren bepaald. Sommigen zijn aangeboren en zijn onderdeel van je DNA. Ook het geslacht speelt een rol. Je levenservaringen beïnvloeden je emotionele commando systemen. De types zijn niet statisch, maar dynamisch, omdat ook je brein veranderbaar is.

Mooi, maar wat kan ik ermee?

Als je dus zelf weet welke emotionele commando systemen jij en anderen gebruiken in welke situatie, dan weet je ook welke emoties en behoeften een rol spelen. Hiermee kun je dan rekening houden. Johan kan zich afvragen waarom Lisa zo doet en wat ze met haar vragen wil bereiken. Als leider kan hij dan voor veiligheid zorgen. Op deze manier leert een team om beter te luisteren naar de verschillende talenten en behoeften en zal het ook beter gaan performen.

Over vastpakken en loslaten

Leestijd: 6 minuten

Ik begeleid regelmatig mensen bij het omgaan met verlies. Als ik naar ons moestuintje kijk dan zag ik in het voorjaar de jonge planten die net boven de grond waren uitgekomen. In de zomer zag ik de volwassen planten bloeien en vruchten dragen. Nu zie ik de kale aarde met ergens daarbinnen de zaden wachtend op het voorjaar. Een steeds maar herhalende cyclus van komen en gaan en vastpakken en loslaten. Dit geldt ook voor jou en mij. In dit artikel kom je meer te weten over deze cyclus. Voor iedereen die beter wil begrijpen hoe leven en dood onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Een proces van komen en gaan

In de spiegel zie ik een man die verandert. Ik zie rimpels en grijze haren die er eerder niet waren. Van binnen voelt het anders. Alsof de tijd van binnen minder snel gaat dan van buiten. Net als iedereen ben ik in ontwikkeling. Een klein proces als onderdeel van een groter proces. Een proces van komen en gaan.

Bij het gaan hoort rouw en de pijn.

Pijn die je het liefst uit de weg wilt gaan. Zelf heb ik dit lange tijd geprobeerd, echter weet ik inmiddels dat dit niet de juiste manier is. De weg eruit is het juist aan te gaan. Naar de pijn toe, luisteren naar wat er in je omgaat. Wat trouwens een hele andere reactie is dan vechten. Daarmee gaat de boel ook op slot. Het verlies aangaan is een langdurend en een herhalend proces waarbij je iedere keer weer een stapje verder komt. Je neemt een bocht en na verloop van tijd dient zich een volgen-de bocht aan. Door de bochten iedere keer weer te nemen, transformeert de pijn. Was de pijn in het begin als een verse wond waarbij een kleine aanraking al ontzettend pijn deed. Nu is het meer een litteken. Het overrompelt je niet meer zo snel, maar de pijn is er nog wel.

hechtingsprocesWibe Veenbaas heeft het proces van komen en gaan beschreven in de hechtingscirkel. Riet Fiddelaers-Jaspers heeft deze theorie aangevuld tot de verliescir-kel. Deze cirkel gebruik ik in dit artikel als kapstok om meer inzicht te geven in het proces van hechten en onthechten; van komen en gaan. Je wordt geboren in de leegte (witte stip) en wij dragen in het leven (de witte ruimte) de leegte bij ons (de zwarte stip) totdat we weer in contact komen met de leegte (de zwarte ruimte).

Welkom

Het welkom gaat over het eerste contact met de ander. Het is het elkaar aftasten op een afstand. Het gaat om de vraag ‘kan ik mij aan jou toevertrouwen?’. Voordat ik het contact met de ander toelaat, wil ik weten of ik wel bij de ander veilig ben.

“Vandaag ontmoet ik Jan. Hij komt langs voor een kennismakingsgesprek. Als wij elkaar de hand schudden deinst hij wat naar achteren. Welkom, zeg ik”

Afwijzen is de keerzijde van welkom heten. Iedereen wil graag een welkom van de ander. Soms is er in het verleden een eerdere afwijzing geweest die zo pijnlijk was dat dit heeft geleid tot een besluit om anderen niet meer welkom te heten. Vertrouwen heeft plaats-gemaakt voor wantrouwen. Zo herinner ik mij het ver-haal van iemand die toen hij klein was alleen in het ziekenhuis lag. Zijn vader en moeder mochten weke-lijks op het bezoekuur langskomen. De momenten dat hij alleen was voelde hij zich in de steek gelaten.

Hechten

In het boek de kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry staat:

“Jij bent voor mij maar een klein jongetje als alle andere kleine jongetjes. En ik heb je niet nodig. Ik ben voor jou een vos als alle andere vossen. Maar als je me tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben. Dan ben je voor mij enig op de wereld en ben ik voor jou enig op de wereld… ‘Als jij me tam maakt, dan wordt mijn leven vol zon. Dan ken ik voetstappen, die van alle andere verschillen.”

Bij hechten groei je steeds meer naar elkaar toe. Riek-je van Boswijk heeft daar een goed passende metafoor bij. Het is alsof je jezelf draadje voor draadje met de ander verbindt. Naast het alleen is er ook samen en bij hechten wordt het ‘samen’ met ieder draadje hechter en sterker. De draadjes worden langzaam samen een sterk touw.

Niet willen verbinden is de keerzijde van hechten. Ook wel bindingsangst genoemd. Je bouwt altijd een reser-ve in, omdat je niet meer de pijn wilt voelen om te worden afgewezen door een ander. Je wilt je hooguit maar met een paar draadjes verbinden, zodat je je gemakkelijk weer los kan maken met als prijs opper-vlakkigheid. Op een diepere laag blijft echter het ver-langen bestaan om je volledig te willen verbinden.

Intimiteit

Bij intimiteit gaat het erover dat je je helemaal laat zien precies zoals je bent, zonder schuld of schaamte. Intimiteit gaat over onthulling. Wat laat je van jezelf aan de ander zien? Mag je er zijn met je mooie en ook met je minder mooie kanten. Naakt, waarbij je over alles wat er in je omgaat kunt praten.

“In mijn ogen stonden tranen van machteloosheid, vertrouwde hij mij toe”

De keerzijde is het vermijden van intimiteit. Je voelt een gevoel van schaamte en je geeft jezelf niet 100% bloot. Je verhult jezelf.

Scheiden

Scheiden is het loskomen van elkaar. Dit kan zeer abrupt zijn. Het onzichtbare touw wordt ineens los-gerukt. Het touw bestaande uit alle afzonderlijke draden waarmee je aan de ander verbonden bent. Dat doet pijn. Heel erg veel pijn. De taak waar je dan voor staat is het aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies: aannemen dat iemand nooit meer terugkomt.
De keerzijde is dat je in ontkenning blijft. Je laat de ander niet los. Je blijft in een schijnwereld leven waar de ander nog steeds is.

“Hij werkte al 15 jaar bij het bedrijf. Veel van zijn collega’s zijn sinds de nieuwe directie er is vertrokken. Inmiddels voelt hij weinig inspiratie meer en gaat hij regelmatig met tegenzin naar mijn werk. “Wat maakt dat je blijft?”, vraag ik.”

Rouw

Rouw is de pijn die je voelt van het gescheiden zijn. Je voelt de leegte, het gemis. Het touw is doorgesneden, hoe nu verder of waarom eigenlijk nog verder? Dat is zeer pijnlijk, heftig en hartverscheurend. Alsof je hart letterlijk verwond is. Het gaat om het ervaren van de pijn van het verlies, die vaak in golven over je heen spoelt. Het is de keerzijde van ‘houden van’: van vasthouden naar loslaten. Dit doe je door de pijn van het gemis te voelen. Wat stap voor stap gaat. Mensen raken soms verward in de vele verschillende emoties. Het verdriet om dat de ander er niet meer is, de boosheid over waarom heb je me verlaten, de angst van geconfronteerd worden met de dood en ook soms de opluchting van na een scheiding weer toe komen aan jezelf. Onthechten is het losmaken van ieder draadje en het ontwarren van de verschillende emoties. Aanpassen aan een omgeving zonder de ander. Het leren kennen van wie je bent zonder hem of haar.

“Ze begint hartverscheurend te huilen, het doet zo’n pijn. Ik wil dit niet meer.”

De keerzijde is de pijn niet toelaten, waardoor er een soort van matheid of verdoofdheid in je leven ontstaat. De kleuren zijn verdwenen, er is alleen nog maar grijs. Naar de buitenwereld doe je alsof het wel gaat, maar op de momenten dat je alleen bent, voel je de leegte.

Betekenis

Betekenis ontstaat als de open wond is veranderd in een litteken. De draadjes zijn stuk voor stuk losgemaakt. Soms voel je nog wel de pijn. De pijn overrompelt je echter niet meer, hij is minder heftig. Je ontdekt wat het verlies heeft betekend in je leven. Je kunt terugdenken aan zowel de mooie als minder mooie herinneringen.

Eigenlijk gaat het hier om opnieuw te leren houden van het leven. Het zin geven aan en weer zin krijgen in het leven. Van stilstaan weer opnieuw gaan dansen. Ook dan is het weer nodig om voorbij de schaamte te gaan: mag ik wel weer gaan dansen? Is het nog niet te vroeg?

De keerzijde is om in het land van rouw te blijven. Waardoor je de levensvreugde niet meer toelaat.

“Het zware was mij wel vertrouwt. Onwennig was het juist toen ik werd uitgedaagd om te spelen. Alsof dat ergens niet mocht van de anderen.”

De snelle route werkt niet

Soms wil je na verlies het liefste weer zo snel mogelijk naar een nieuw welkom door de rouw en pijn over te slaan. Hoewel deze route aanlokkelijk klinkt, zal hij je niet helpen. Hoewel pijnlijk, heeft rouw, een belang-rijke functie. Door het doorvoelen van de pijn van het verlies maak je ook weer contact maken met de liefde voor het leven. Alle stappen hebben een functie en zijn nodig. Net als het ying yang teken zijn ook leven en dood met elkaar verbonden. In het zwart van de dood bevindt zich ook het wit van het leven en in het wit van het leven bevindt zich ook het zwart van de dood.

Tot slot

In de cirkel van hechten en onthechten is een diepere wijsheid aanwezig. Je kunt alleen iets vastpakken, wanneer je leert los te laten. En als je iets vastpakt dan kun je dit alleen doen als je ook de angst voor verlies neemt. Je geeft je over aan het leven, waarbij alles stroomt. Een komen en gaan.

Kijk eens naar de cirkel en neem een relatie met een ander in gedachten. Doorloop dan alle stappen en re-flecteer hoe jij deze stappen hebt doorlopen of hoe je ze zou doorlopen. Wellicht kom je zo open eindjes voor jezelf op het spoor.

Laat jij je geluk beperken door taal?

Leestijd: 7 minuten

Op LinkedIn had ik een discussie gestart bij de groep Iedereen Elke Dag Plezier (IEPD). De discussie ging over welke belemmerende taal mensen uit het woordenboek willen schrappen. Mijn intentie was om mensen meer bewust te maken van de taal die ze gebruiken. Zolang wij (dus inclusief ikzelf) onze taal voorzien van belemmerende woorden dan beperken wij hierdoor ons geluk. Dit gebeurt onbewust, als een ingesleten gewoonte.

Wat is belemmerende taal?

atlas-4Voor mij zijn dat woorden die je gebruikt waardoor je je eigen kracht of die van anderen beperkt. Het gaat hier om taal die je niet alleen verbaal maar ook in je denken gebruikt: je innerlijke dialoog. Deze taal beïnvloedt hoe je je voelt en hoe je in het leven staat. Zeg eens de volgende zin hardop tegen je zelf: ‘Vandaag moet ik weer naar die lastige klant toe’. Je merkt dat deze zin een negatieve lading heeft. Hoe komt dat? De woorden ‘moet’, ‘weer’, ‘die’, ‘lastige’ impliceren dat je er geen zin in hebt. Spreek je deze zin vervolgens hardop uit naar anderen dan heeft dat eenzelfde effect op hen.

Hoe taal werkt

Hoe gaat dat in zijn werk? Ons brein werkt associatief. Aan woorden zitten beelden, geluiden, gevoelens, geuren en smaken vast die een woord zijn betekenis geeft. Paul Liekens verwoordt dat mooi in zijn boek ‘gevangen in de taal’: ‘Woorden zijn als vislijnen en aan het eind van elke lijn hangt een vis die een bepaalde stemming vertegenwoordigt. Door dezelfde lijn worden bij verschillende personen soms heel andere vissen opgehaald.’

Als ik iets moet, wil ik het dan ook zelf?

Spreek hardop de volgende twee zinnen uit: ‘ik moet het huis schoonmaken’ of ‘ik wil het huis schoonmaken’. Wat roept dit bij je op? Met ‘moet’ impliceer je dat er iemand anders is die dit van jou verlangt. Net als vroeger toen je vader of moeder zei: ‘Je moet je kamer schoonmaken!’. Je voelt druk van buiten jezelf om iets te doen. Het lijkt alsof er geen keuze meer is. Als iets moet, dan moet het. Bij het coachen valt mij op dat mensen vaak van alles moeten. ‘Moeten’ wordt gebruikt om zichzelf onder druk te zetten, wat uiteindelijk vooral stress oplevert (van mijn baas moet ik…).
Neem vanaf nu het heft in eigen handen en transformeer ieder ‘moeten’ in een ‘willen’. Als je ‘willen’ gebruikt doe je een beroep op je motivatie van binnenuit. ‘Willen’ komt uit jezelf, uit je hart en is verbonden met je diepere doel/verlangens. Trans-formeren doe je door je steeds bewust af te vragen: wat bereik ik hiermee? Of welk voordeel levert mij dit op? Een voorbeeld: wat bereik ik voor mezelf als ik het huis schoonmaak? Als het huis schoon is dan geeft dat mij een opgeruimd gevoel. Als dat is wat je graag wil bereiken zeg dan tegen jezelf: ik wil het huis schoon-maken. Je gaat dan met meer plezier schoonmaken met als resultaat een schoner huis, immers: je doet het omdat je het zelf wilt in plaats van dat je het van een ander moet.

Als ik het ga proberen, ga ik het dan echt doen?

‘Proberen’ wordt vaak gebruikt als mensen niet zeker zijn of een actie gaat lukken. Zo stelde ik de vraag in een gesprek met een coachee die het lastig vindt om voor een groep te presenteren: ‘dus je gaat de komen-de week een presentatie geven aan je team?’, waarop hij antwoordde ‘ja, dat ga ik proberen…’. ‘Proberen’ duidt erop dat er nog geen 100% commitment is: Je zegt toch immers ook niet: ‘ik ga proberen om bood-schappen te doen’. Proberen is ingecalculeerde onze-kerheid. Je bouwt als het ware op onbewust niveau een ontsnappingsmogelijkheid in om het niet te hoeven doen. Je onbewuste houdt hier dan vervolgens rekening mee en zal dit risico incalculeren. Met als gevolg dat de kans van slagen kleiner wordt. Dit doet mij trouwens denken aan een sketch van Herman Finkers. In de sketch staat hij op het punt om te gaan trouwen. De pastoor vraagt: Wilt u deze vrouw trouwen? Waarop hij antwoord: Laten we het maar proberen. Nee meneer u moet ja zeggen. Oké…. Ja, laten we het maar probe-ren. Heel komisch, omdat je weet dat je niet met iemand probeert te trouwen. Het is een kwestie van kiezen: ik doe het of ik doe niet. Dus vanaf nu weg met het woord ‘proberen’. Vanaf nu gewoon doen! (Of niet doen).

Be careful what you wish for, it might just come true.

Ik hoorde van iemand dat ze net een nieuwe auto had gekocht. Ze had een goede deal gemaakt op basis van haar oude, in te ruilen, auto. Een dag voordat ze de nieuwe auto ging ophalen, ging ze nog even bood-schappen halen met haar oude auto. Als ik nu maar niet een ongeluk krijg, dacht ze, terwijl ze reed. Bij een stoplicht remde haar voorganger plotseling en zij reed er achterop. Zij kwam gelukkig met de schrik vrij. De auto was echter niet veel meer waard.
Als je niet aan iets wilt denken dan denk je er juist aan en zorg je dat de kans groter wordt dat dat juist gaat gebeuren. Als ik zeg, denk niet aan een roze olifant, waar denk je dan aan? Kinderen zijn goede coaches om je te helpen om het woord ‘niet’ minder vaak te ge-bruiken: Pas op, niet met modder aan je schoenen door het huis lopen! Je kind zal denken: ‘dat is een goed idee!’

Met ‘,maar’ scheid ik zaken en met ‘en’ verbind ik ze.

Met het woord ‘maar,’ scheid je zinnen, terwijl je met ‘en’ zinnen aan elkaar verbindt. Met ‘maar,’ ga je voorbij aan de mening van de ander ten gunste van die van je zelf. Het is een vorm van kritiek geven en dat is wat de meeste mensen niet prettig vinden. Stel je partner vraagt: ‘Zullen we gaan wandelen’ en je antwoord met: wandelen?, maar dan wil ik wel naar het bos. Op de ander komt het dan over alsof je haar voorstel niet hebt gehoord en afwijst. Zonder ‘,maar’ klinkt het als volgt: wandelen? en dan wil ik wel naar het bos! Door ‘en’ te gebruiken voeg je iets toe aan de ander: je verbindt het voorstel van haar met het voorstel van jezelf. Ook in de theatersport is dit een belangrijk principe: altijd ‘ja’ zeggen tegen het voor-stel van een ander. Door ‘ja’ te zeggen gaat het verhaal verder, door ‘nee’ te zeggen stopt het verhaal.

Met ‘toch?’ maak ik mij afhankelijk.

Een consultant heeft een schitterende presentatie gemaakt voor een klant. Hij laat de presentatie zien aan een collega en zegt: ‘met dit verhaal zal ik de mensen inspireren, toch? Door het gebruik van dit laatste woord klinkt er onzekerheid door. Bovendien maakt hij zich nu afhankelijk van de mening van de ander. Eigenlijk vraagt hij bevestiging of erkenning van de andere persoon. Hij hoopt dat de ander zegt: ‘Ja’. Echter wat gebeurt er als de ander ‘nee’ zegt? Is de presentatie dan niet meer schitterend? Het is beter om i.p.v. gebruik van het woord ‘toch’, duidelijke feedback te vragen aan de ander. In het voorbeeld: Zou je me willen helpen om het verhaal beter te maken door mij je feedback te geven?

Met verkleinwoorden, verklein ik mezelf.

In een coachgesprek vroeg ik ‘Wat is je droom? De coachee vertelde dat hij naast zijn baan bij zijn werkgever een eigen bedrijfje had gestart. Vind je je eigen bedrijf niet belangrijk? Als je je bedrijf taal-technisch al verkleint, dan zal het ook wel altijd zo blijven.
Het valt mij op dat mensen vaak verkleinwoorden gebruiken als ze zich bescheiden (klein) opstellen. Het effect is dat wat ze zeggen zo klein wordt dat het bij hun gesprekpartner niet meer opvalt. Je hoeft nou ook weer niet in superlatieven te praten (vaak, veel, meest), maak jezelf echter ook niet kleiner.

Door gebruik van generalisaties vergroot ik mijn negatieve gedachten.

Generalisaties worden gebruikt om negatieve gedach-ten verder uit te vergroten. Niemand mag mij, ik doe nooit iets goed, iedereen heeft het gezellig, jij komt ook altijd te laat. Deze woorden zijn te absoluut om waar te zijn. Bijvoorbeeld jij komt ook altijd te laat, impliceert dat die ander al zijn hele leven vanaf zijn geboorte te laat kwam. Deze woorden helpen vooral om in de put te blijven zitten of om te bevestigen dat je een pechvogel bent: ‘het zit mij nooit mee’ of ‘dit overkomt mij nou altijd’.
Generalisaties worden ook vaak gebruik om een ander te overtuigen. Bijvoorbeeld: ‘dit geldt voor alle klanten’ of ‘iedereen deelt deze mening’. Wat helpt, is om bij generalisaties te onderzoeken of ze waar zijn. Dit doe je door ze specifiek te maken. Bijvoorbeeld als iemand zegt ‘iedereen’, dan vraag je ‘wie bedoel je precies?’ Of als iemand zegt ‘altijd’ dan kun je dit uitdagen door te vragen: ‘altijd?!’ Of je noemt een tegenvoorbeeld waar het niet klopt: ‘In Nederland regent het altijd’. Antwoord: ‘Afgelopen weekend liep ik nog in de zon’.

Met ‘nog’ zorg ik dat ik ‘het’ ga krijgen.

Laatst kwam ik iemand op kantoor tegen die tegen mij zei: ‘Het heerst wel!, gelukkig heb ik de griep nog niet gekregen’. Een paar dagen later was hij ziek vanwege de griep. Er zit een groot verschil tussen ‘ik heb de griep niet gekregen’ of ‘ik heb de griep nog niet gekregen’. Het woord ‘nog’ is een impliciete boodschap aan het onbewuste: ik heb de griep nog niet gekregen, maar zal deze wel in de toekomst krijgen. Wellicht is in dit geval het woordje ‘nog’ schadelijker dan het virus zelf. Dus pas op met deze impliciete boodschap aan je onbewuste.

Door ‘had ik maar…’ lijd ik meer

Als iemand zucht: ‘Had ik maar eerder dit of dat gedaan’ dan drukt deze persoon spijt uit. Aan spijt zit een gevoel van verdriet vast: je hebt iets niet gekregen of een behoefte is niet bevredigd. Vraag je echter af of die gedachte je nu, op dit moment, helpt. Je hebt nu het gevoel van verdriet of spijt, je kunt er echter ook niets meer aan doen. Verdriet hoort bij afscheid nemen en loslaten. Het is een signaal: het wordt tijd om los te laten en door te gaan in plaats van vast te houden. Bedenk een manier om het los en achter je te laten, zodat je je energie weer kunt richten en besteden aan het heden en de toekomst. Dit kun je doen door het gevoel van spijt nog éénmaal helemaal toe te laten, het te bedanken en het vervolgens los te laten. Je er tegen verzetten zal niet helpen. Hierdoor zal het alleen maar groeien.

Tot slot

Naast de genoemde belemmeringen in taal zullen er vast nog wel meer zijn. De genoemde zijn degenen die ik zelf vaak tegenkom. Wellicht weet jij er nog andere, laat me deze dan weten. In dit artikel ben ik alleen op de woorden, de taal ingegaan. Natuurlijk zijn de manier waarop je woorden of zinnen uitspreekt, de intonatie en de gebaren die je erbij maakt ook van belang. Indien dit artikel je interesse heeft gewekt, kun je meer inspiratie vinden in de boeken ‘Words that change minds’ van Shelle Charvet, ‘The structur of magic: A book about language and therapy’ van Richard Bandler en John Grinder of ‘Gevangen in taal’ van Paul Liekens.

Het is fijn dat wij voor onze communicatie over taal beschikken. Taal kan echter ook een onnodige ballast zijn die beperkend is voor je potentieel. Ik hoop dat je door dit artikel wat meer inzicht hebt gekregen hoe dit werkt en wat je daaraan kunt doen.